aangesloten bij planjeroute.gif

Om het gebied plezierig leef- en werkbaar te houden, houd rekening met het volgende:

* Parkeren op de daarvoor bestemde plaatsen, niet voor een in- of uitrit.

* Laat geen afval slingeren.(plastic, papiertjes, maar ook fruitafval)

* Toilet: ga naar een locale horeca en betaal hiervoor(0,20 - 0,50 euro toilet moet immers weer worden schoongemaakt) denk eraan, dat dit voor de mensen die werken in het gebied ook frisser is.

tevens kunnen er mensen, kinderen of dieren instappen!!!

* Honden aangelijnd.

*Drink of eet uw eigen consumpties niet op, op een terras(horeca).

* Respecteer de privé van de bewoners.

Inrichting

De werkzaamheden voor de inrichting van nieuwe natuur in de polders wetering west en wetering oost zijn inmiddels Afgerond.

Ook de werkzaamheden aan het viaduct en weg in de N333 zijn helemaal klaar.

 

De Weerribben

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie De Weerribben is een 35 km² groot natuurgebied in de
gemeente Steenwijkerland in het noordwesten van de Nederlandse provincie Overijssel.
Het vormt onderdeel van het Nationaal Park Weerribben-Wieden en is grotendeels in handen van Staatsbosbeheer.
Het nationale park De Weerribben werd oorspronkelijk ingesteld in 1992.
 Op 17 januari 2007 (definitief in januari 2009) werd het uitgebreid met het qua natuur
vergelijkbare gebied De Wieden dat ten zuiden ervan ligt en grotendeels in handen is van
Natuurmonumenten. Het vormt daarmee samen het Nationaal Park Weerribben-Wieden
dat bijna 100 km² groot is. Tezamen vormen zij één van de belangrijkste
moerasgebieden van Europa.

 

 

 

De Weerribben een uniek natuurgebied in noordwest Overijssel.ogv

Reportage over De Weerribben van het Polygoon-journaal in 1976
Trekgat

Ligging

Middenin het natuurgebied liggen de dorpen Kalenberg en Ossenzijl, die tot voor kort grotendeels van de rietteelt leefden, alsmede de buurtschap Hoogeweg. Langs de rand van de Weeribben liggen Wetering, Scheerwolde, Blankenham, Muggenbeet en het dorp met de bekend-klinkende naam Nederland. Kalenberg, Ossenzijl, Wetering en Nederland waren oorspronkelijk vaardorpen.

Naar het Noorden toe sluiten de Weerribben (bijna) aan bij de Lindevallei en de laagveenmoerassen van de Rottige Meente, Brandemeer en Oldelamer in de Friese gemeente Weststellingwerf. Naar het zuiden toe sluiten de Weerribben aan bij de laagveenmoerassen in de Wieden, die zich op hun buurt weer voortzetten in de Olde Maten bij Staphorst. Naar het westen, bij Blankenham ligt een graspolder met een oude zeedijk op de overgang naar de Noordoostpolder.

Geschiedenis

De Weerribben vanuit de lucht

Vanaf de stichting van Kalenberg in de middeleeuwen tot kort na de tweede wereldoorlog werd er in dit gebied turf gewonnen. Nadat het turf gestoken was, moest dit drogen op de zogenaamde "ribben", smalle stroken land die met opzet hiervoor gespaard werden (legakkers). Soms sloegen deze ribben weg bij slecht weer of doorbraken van de zee, zo ontstonden de Wieden.

Naarmate uit het vergraven veen steeds grotere watervlakten ontstonden ging men over op de visserij, en nadat die verland raakten, ook op de rietteelt. Veel bewoners van de streek waren vanouds zowel boer als visser en rietsnijder. Toen in 1919 een gemaal gebouwd was begon een proces van verdroging. Dit proces werd versterkt door de inpoldering van de Noordoostpolder.

Vanaf de dertiger jaren werden grote gebieden langs het Steenwijkerdiep drooggelegd en tot gras- en bouwlanden ontgonnen, zodat de Weerribben en de Wieden gescheiden raakten. Tussen de zo ontstane polders als Halfweg, Gelderingen en Giethoorn werd het nieuwe dorp Scheerwolde gebouwd. De ontginning van de polders Wetering-Oost en Wetering-West bleef onvoltooid, waardoor ten noorden van Scheerwolde op drooggelegde, maar niet ontgonnen grond het Woldlakebos kon ontstaan.

Rietteelt

veldbossen met dekriet
afgeoogst rietveld met watermolentje

Nog ca 1000 ha van het gebied wordt benut voor de teelt van dekriet. Het Kalenberger dekriet genoot van oudsher een zekere faam. Rietlanden worden vaak nog door kleine particuliere ondernemers uit de dorpen Kalenberg en Ossenzijl uitgebaat voor de productie van dekriet. Het beheren van rietlanden in de Weerribben kent een aantal eigenaardige problemen. Rietlanden ontstaan hier gewoonlijk uit een zich over een heel trekgat of 'weer' uitbreidende rietkraag of Kragge, die drijft op het water.

Wanneer er geen beheer plaats vindt, verruigt een rietland en maakt plaats voor moerasbos van berken, lijsterbes en elzen. Wanneer het Rietland velen jarenlang gemaaid is, wordt de kragge almaardikker en raakt de begroeiing daarmee afgesneden van het water, met verzuring als gevolg. Een perceel kan dus op twee manieren verloren gaan voor de riettteelt!

Riettelers plegen de verzuring tegen te gaan met kleine watermolentjes (zie afbeelding). Daarmee brengt men water bovenop de rietkragge, die daardoor minder snel verzuurt en langer productief blijft.

Op den duur echter is het verlandingsproces niet te stuiten en ontstaan ofwel veenheiden, ofwel moerasbossen. Het Staatsbosbeheer is er toe over gegaan om bepaalde gedeelten, die zich na geheel te zijn verruigd tot moerasbos hadden ontwikkeld, opnieuw te laten opengraven om de successie opnieuw te laten beginnen.

Flora

moerasbos in de Weerribben

De Weeribben vormen een laagveengebied en kennen als zodanig in grote lijnen drie begroeiingstypen: open water en verlandingsvergetaties, rietlanden en moerasbossen. In het open water drijven vaak massa's blaasjeskruid, een vleesetend plantje. De verlandingsvegetaties omvatten zowel "kraggen" van riet en lisdodde, die zich vormen vanaf de randen van het water, als drijftillen die zich ook middenin het water kunnen vormen uit drijvende soorten als krabbenscheer, waterlelie gele plomp en waterscheerling. Rietland wordt vaak opgefleurd door kleurige ruigtkruiden zoals wilgenroosje, winde, glidkruid en moerasandoorn. Verzurend rietland (zie: beheer) gaat eerst 'hol staan' om later plaats te maken voor grassen en uiteindelijk over te gaan in hoogveen-achtige begroeiiingen met soorten als dopheide, veenmosssen, veenpluis, zonnedauw, en moeraskartelblad. De bossen bestaan hoofdzakelijk uit elzen en lijsterbes langs de waterkanten en op verruigde plekken, in verzuurde gebieden ziet men ook berken. In oude kooibossen zoals rond de Kooi van Pen overheerst soms de Es.

Fauna

Bijzonder is de purperreigerkolonie. Ook vindt men er zwarte stern, roerdomp en moerasvogels als karekiet, snor, rietzanger en wielewaal. Zoogdieren als ree, vos en Europese otter vinden hier ook hun heil. In het gebied komt ook de grote vuurvlinder voor, in een speciale ondersoort Batava en tal van andere vlinders. Voor libellen is het waterrijke gebied met z'n riet ook een must: De vroege, bruine en groene glazenmaker, grote keizerlibel, viervlek en diverse soorten heidelibellen.

De otter

In 2002 is begonnen met de herintroductie van de otter. Er zijn nu een aantal dieren die hun territorium in de Weerribben hebben. Een aantal dieren wordt buiten de Weerribben gesignaleerd.

Eendenkooien

Deze dienden oorspronkelijk voor de vangst van eenden 'voor de bout', maar die functie is decennia lang beëindigd. Er waren twee eendenkooien in de Weerribben: de zeer omvangrijke kooi van Pen bij Wetering en de veel kleinere Kloosterkooi bij Kalenberg. Deze laatste heeft nu een functie gekregen voor het toerisme. Dit 28 ha grote gebied is bovendien aangewezen als bosreservaat, waarbij het het Elzen-Berkenbos vertegenwoordigt.

Toerisme

De toeristische sector in Kalenberg en Ossenzijl is naar verhouding beperkt van omvang, met uitzondering van de watersport, die zich concentreert rond het bezoekerscentrum bij Ossenzijl.

De mooiste plek van Nederland

Op 27 november 2004 werd in de finaleuitzending van het NCRV-televisieprogramma De mooiste plek van Nederland het natuurgebied De Weerribben tot winnaar uitgeroepen. Het Friese Moddergat en het Groningse Lauwersmeer werden respectievelijk tweede en derde.

Externe links

{twitter_search}weerribben{/twitter_search}  

 

 

Overzicht van de 162 Natura 2000-gebieden in Nederland



 

Sorry, geen evenementen.
Ga naar boven